Marije Holtrop

“Als bestuursvoorzitter richt ik me op de verdere professionalisering van het bestuur en de doorontwikkeling van de democratische structuur van de coöperatie.”

“Sinds 1995 ben ik werkzaam als huisarts-praktijkhouder in een duopraktijk. In 2006 zijn we verhuisd naar een HOED aan het ‘s-Gravesandeplein samen met een andere duopraktijk. In onze HOED verdelen we de managementtaken over de vier praktijkhouders. Voor mij is het belangrijk dat wij als praktijkhouders zelf aan de knoppen draaien en onze praktijkvoering flexibel kunnen aanpassen aan de actualiteit. Ik vind het huisartsenvak nog steeds mooi; iedere dag leer ik een hoop van mijn patiënten. Het nodigt je een leven lang uit tot het maken van inhoudelijke uitstapjes. Zo heb ik als werkgroepvoorzitter aan de wieg gestaan van de stedelijke CVRM zorg (project Act) en heb ik de GGZ kaderopleiding gevolgd. Ook het opleiden van huisartsen vind ik geweldig.” 

Mooi vehikel

“De reden dat ik ben toegetreden tot het ROHA-bestuur is dat ik zo’n grote goed georganiseerde zorggroep als mooi vehikel zie om in de aangesloten praktijken het Optimale Zorg-Dappere Dokters gedachtengoed te bevorderen. Als bestuurder heb ik veel geleerd over de krachten die invloed hebben op ons werk, zoals de verzekeraars, gemeente en alliantie. Ik heb grote waardering voor al die praktijkhouders die zich jaar in jaar uit in het zweet werken om goede zorg te leveren. Het is echt een uitdaging om als bestuurder aan te voelen wat er speelt en om met die kennis, namens de achterban, met de directie beleid uit te stippelen.” 

Ombuigen en beter maken

“Voor mij is bestuurlijk actief zijn belangrijk als tegenwicht tegen de negatieve sfeer die in onze beroepsgroep kan heersen. Als bestuurder kun je je frustraties omzetten in beleid om zaken om te buigen en beter te maken. Mijn persoonlijke stokpaardje is kwaliteitsbeleid, in het bijzonder intercollegiale toetsing aan de hand van spiegelinformatie. Daarbij hoort ook de ontwikkeling van de wijkgroepen. Als bestuursvoorzitter richt ik me op de verdere professionalisering van het bestuur en de doorontwikkeling van de democratische structuur van de coöperatie. Ik zwaai in juli 2024 na acht jaar af. Dan is het werk niet af, maar zijn er wel op al deze fronten flinke stappen gezet.”